Was Christer A op de plaats waar Palme vermoord werd?

Voor vooraanstaande rechercheurs en profilers was Christer A hoofdverdachte nummer 1 is van de moord op Olof Palme. Tot een aanhouding kwam het echter nooit. Christer A beroofde zich in 2008 van het leven. De documentaire The Palme Assassination: The Lost Trail vertelt het verhaal van deze Christer A. Er zijn veel aanwijzingen in zijn richting. Toch menen critici dat hij niet gekoppeld kan worden aan de plaats delict. Maar dat heeft een eenvoudige reden, zoals we hieronder uitleggen.

Als mensen het spoor-Christer A wegwuiven, is dat omdat hij niet is herkend als iemand die aanwezig was op de plek van de moord. Dat zou een sterk argument zijn als getuigen met A waren geconfronteerd, hetzij in levenden lijve, hetzij via een foto of video. De politie deed dit met andere verdachten zoals Victor Gunnarsson, Christer Pettersson en Stig Engström.

Dit gebeurde nooit met Christer A. Geen enkele getuige is door de politie ooit gevraagd of hij of zij Andersson die avond had gezien. Het is nu te lang geleden om dit alsnog te doen. Geen enkele identificatie is na 38 jaar nog betrouwbaar.

Geen foto

Feitelijk kan je dus niet zeggen dat Andersson door geen enkele getuige is herkend. Daarvoor moet je een getuige eerst ernaar vragen. Hij was geen lokale beroemdheid waar mensen spontaan mee op de proppen kwamen. En ook indirect, via de media, kan hij niet zijn herkend, want de Zweedse media hebben tot heden nog nooit een foto gepubliceerd waar hij herkenbaar op staat.

Voor wat het waard is: politiemensen die hem wél troffen evenals bekenden en familieleden van Christer, beweren dat hij perfect beantwoordde aan het signalement van de dader.

Geen alibi

We hebben geen keihard bewijs dat hij op 28 februari 1986 om 23.21 uur op de hoek van Tunnelgatan en Sveavägen in Stockholm stond. Maar er zijn genoeg bewijzen dat hij er wel kon zijn, en dat hij er op andere momenten met honderd procent zekerheid was. Hij had zelfs een ongewone belangstelling voor deze plek.

(lees verder onder de video)

Op het moment van de moord woonde A in Stockholm, op wandelafstand van de plaats delict, alleen in een appartement. Hij gaf toe dat hij destijds geregeld wandelde langs Sveavägen, de weg waarlangs Palme werd vermoord. Maar niet op de avond van de moord, zei hij tegen de politie. Toen had hij een zware griep en kwam hij zijn bed niet uit.

Dat alibi werd kort erna onderuitgehaald door zijn broer. Die beweerde dat Christer hem op of daags voor 28 februari 1986 had geholpen met verhuizen. De broer had geen ziekte opgemerkt. Christer had ook geen dokter bezocht. Het leidde tot een meningsverschil toen de broers elkaar later ontmoetten. In latere verhoren leek Christer A helemaal vergeten te zijn dat hij in de moordnacht griep had, en beweerde hij dat hij gewoon in bed had gelegen.

Terug naar Sveavägen

Niet alleen wandelde hij vaak langs Sveavägen, hij had er ook zijn favoriete lunchroom. In de jaren na de moord, en mogelijk al eerder, dronk hij ongeveer twee keer per week koffie in een lunchroom pal tegenover de plek van de moord. Veel mensen hebben een favoriete stek, dus dat lijkt niet bijzonder. Totdat je Anderssons omstandigheden kent. Vanaf de zomer van 1987 woonde hij namelijk buiten Stockholm. Om die koffie te drinken, moest hij telkens een uur reizen. Heen en terug met het openbaar vervoer, want hij bezat geen auto.

Later zou hij op een plek gaan wonen zonder bus- of treinverbinding in de onmiddellijke omgeving, wat nog eens een fikse wandeling aan de reis toevoegde. Toch bleef hij naar Stockholm reizen voor die koffie.

Zijn frequente bezoekjes onderbrak hij in 1995, het jaar waarin de politie zich serieus voor hem ging interesseren. Tot op 28 februari 1996, precies tien jaar na de moord. Die dag bezocht hij Stockholm, wandelde hij langs de plaats delict en ging hij de lunchroom weer in.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Back to Top